De schrijvers, een psycholoog en een emeritus hoogleraar in de natuurkunde, verzetten zich in dit boek met kracht tegen de gangbare wetenschapsopvatting. Deze opvatting, berustend op het cartesiaans dualisme van geest tegenover materie, houdt in dat er maar een wetenschappelijke kijk op de werkelijkheid is, n.l. die van de materialistische natuurwetenschappen. De schrijvers slagen erin duidelijk te maken dat deze eenzijdige kijk op de wetenschap onrecht doet aan onze menselijke ervaring van de werkelijkheid. Zij pleiten er voor dat de verschillende ervaringsdomeinen, b.v. die van de fysicus of van de psycholoog, naar eigen aard en karakter onderzocht worden. Het terrein van de psycholoog mag niet gereduceerd worden tot het natuurkunde-terrein. De aanval op het gangbare reductionisme is duidelijk en geslaagd.